Kader Abdolah over Baban

Langs de brug
Groeiden braamstruiken
En onder de brug

De rivier stroomde langzaam
Ik was op de brug
Toen ik besefte
Dat ik zonder stad,
Zonder groot park, zonder bioscoop, zonder lawaai,
Zonder mensenbeweging niet kan leven…

Citaat uit De ziel (Op weg naar Ararat)

In de afgelopen twintig jaar zijn er vele immigranten het land binnengekomen. Een van hen is Baban. Met zijn gedichten gaat hij Nederland nog mooier maken. De gedichten van Baban hebben de wilde kleuren van een Koerdisch landschap en tonen het verdriet, maar ook het vrolijke ritme van de Koerdische liederen.
Baban gaat het maken in de Nederlandse poëzie, daar twijfel ik niet over.

khasa

Simon Vinkenoog over Baban

“Het zijn grote verlangens, die Baban uitspreekt. Soms is het alsof hij meer contact heeft met de eeuwige kosmos en de weidse natuur, dan met de wereld, waarin de ene mens de ander kwetst of opjaagt. Het is de hoop die hem staande houdt, het is de levende taal die hij in zich voelt zingen, hij koestert bevrijdende verwachtingen, hij is een en al aandacht.
In zijn reis door de Nederlandse taal wens ik Baban alle ontmoetingen toe die zijn dichterlijk vuur doen ontvlammen – getrouw aan zijn welsprekende regels: ‘Ik ga aan de slag / Met de zon in mijn bloed.”

Bibliografie

Ruïne van Babylon
1998, Bagdad

Lente Licht
2002, Utrecht
vertaald met Yvonne van der Bijl en Clarien van Harten

Inleiding gedichtenbundel:
Simon Vinkenoog over Baban
2005, Amsterdam

Utrechtse lokale televisiezender Utopics interviewt Baban
13 februari 2006 19:08 herhalingen week erna

Op weg naar Ararat
2006, Utrecht

Lontananza
2009, Leuven